ECLI:NL:RBUTR:2009:BI5150
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over naleving concurrentiebeding en maandelijkse vergoedingen na beëindiging arbeidsovereenkomst
De zaak betreft een geschil tussen een BV en haar voormalig bestuurder over de naleving van een concurrentiebeding en de betaling van maandelijkse vergoedingen na beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met een Termination Agreement waarin een concurrentiebeding was opgenomen, met afspraken over een vergoeding aan de bestuurder gedurende de bedingperiode.
Eiseres vorderde betaling van boetes wegens vermeende overtredingen van het concurrentiebeding door gedaagde, onder meer door het sturen van een brief aan klanten, contacten met artsen bij een belangrijke klant en het zoeken naar werk bij een concurrerend bedrijf vóór de toegestane datum. De rechtbank oordeelde dat deze overtredingen niet zijn komen vast te staan, mede omdat het handelen van gedaagde niet aantoonbaar verband hield met 'Competing Products' zoals gedefinieerd in de overeenkomst.
Daarnaast vorderde gedaagde betaling van de maandelijkse vergoeding vanaf juli 2008, terwijl eiseres betaling opschortte. De rechtbank oordeelde dat de vergoeding een billijke vergoeding is en geen loon, waardoor wettelijke verhoging niet van toepassing is. Betaling is toewijsbaar, tenzij uit de WW-jaaropgave blijkt dat gedaagde niet de maximale uitkering heeft ontvangen, wat vermoeden van andere inkomsten kan rechtvaardigen.
De proceskosten worden aan eiseres opgelegd, aangezien zij grotendeels in het ongelijk is gesteld. De vorderingen tot boetes en incassokosten worden afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de boetvorderingen af en veroordeelt eiseres tot betaling van de maandelijkse vergoeding, tenzij blijkt dat gedaagde geen maximale WW-uitkering ontving.