ECLI:NL:RBUTR:2009:BI6029
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling van huwelijksgoederengemeenschap en schulden na echtscheiding
In deze zaak is na ontbinding van het huwelijk de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap aan de orde, waarbij de boedel vrijwel geheel uit schulden bestaat van meer dan €70.000. De man is toegelaten tot wettelijke schuldsanering en de vrouw heeft eveneens een aanvraag gedaan. De rechtbank verwijst naar de eerdere beschikking van 16 januari 2008 waarin de echtscheiding is uitgesproken.
De rechtbank stelt vast dat partijen gehuwd waren in gemeenschap van goederen, waardoor alle bezittingen en schulden tot de dag van ontbinding van het huwelijk gezamenlijk toebehoren. De verdeling vindt plaats naar de toestand op die dag, waarbij ieder recht heeft op de helft van de goederen en de helft van de schulden draagt.
Hoewel partijen argumenten aanvoeren voor een afwijkende verdeling van de schulden, bijvoorbeeld omdat schulden door de ander zijn gemaakt of ontstonden toen zij feitelijk al uit elkaar waren, acht de rechtbank dit onvoldoende reden voor een andere verdeling. De draagplicht voor schulden wordt daarom gelijk verdeeld. De rechtbank wijst er op dat schuldeisers niet gebonden zijn aan deze verdeling en betaling kunnen afdwingen van ieder die aansprakelijk is.
Ten aanzien van de activa, waaronder inboedel en spaarrekeningen, kan de rechtbank slechts in algemene termen beslissen wegens gebrek aan nadere gegevens. De beschikking bepaalt dat de inboedel bij helfte wordt verdeeld en dat ieder recht heeft op de helft van de positieve saldi van bank- en girorekeningen.
De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: Partijen dragen elk de helft van de huwelijksgoederengemeenschap en schulden, met een gelijke verdeling van inboedel en banktegoeden.