ECLI:NL:RBUTR:2009:BI6339
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Bender
- L.E. Verschoor-Bergsma
- J.P. Killian
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bezit van kinderpornografische afbeeldingen met voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf
De rechtbank Utrecht heeft op 7 april 2009 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen. Het onderzoek startte met een doorzoeking van de woning van verdachte, waarbij discussie ontstond over de rechtmatigheid van het verkregen bewijs. De rechtbank oordeelde echter dat de doorzoeking gerechtvaardigd was en dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk was in de vervolging.
Tijdens de terechtzitting op 24 maart 2009 werden de standpunten van de officier van justitie en de verdediging besproken. De tenlastelegging werd meerdere malen gewijzigd, waarbij de laatste wijziging in het voordeel van verdachte was. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in bezit was van kinderpornografische afbeeldingen, wat strafbaar is volgens de artikelen van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het delict, waarbij werd benadrukt dat het bezit van kinderporno bijdraagt aan het seksueel misbruik en de exploitatie van kinderen. Tevens speelde mee dat verdachte in 2002 al eens was veroordeeld voor een pedoseksueel delict. De opgelegde straf bestond uit een gevangenisstraf van twee maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van tachtig uur, te vervangen door veertig dagen hechtenis bij niet-naleving. Daarnaast werden enkele inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd verklaard.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden en een taakstraf van tachtig uur wegens bezit van kinderpornografische afbeeldingen.