ECLI:NL:RBUTR:2009:BI6366
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tijdelijk huisverbod wegens onvoldoende onderbouwing
Verzoeker, samenwonend met zijn echtgenote en twee jonge kinderen, werd geconfronteerd met een tijdelijk huisverbod opgelegd door de burgemeester van Utrecht na een melding van huiselijk geweld door zijn echtgenote. De echtgenote had aangifte gedaan van bedreiging en mishandeling, waarna verzoeker kortstondig in verzekering werd gesteld.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de gronden voor het huisverbod voornamelijk afkomstig zijn uit één bron, namelijk de echtgenote van verzoeker, en dat verweerder deze gronden onvoldoende heeft onderbouwd met aanvullende bewijzen zoals eerdere politieaantekeningen of eigen waarnemingen. Verzoeker ontkent de aantijgingen, maar verscheen niet ter zitting om zijn stellingen nader toe te lichten.
Gezien de kwetsbare positie van de echtgenote en hun jonge kinderen, en de ernst van de situatie, weegt de rechter de belangen van de echtgenote en kinderen zwaarder dan die van verzoeker. Er is geen sprake van onverwijlde spoed die een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Het verzoek tot opheffing van het huisverbod wordt daarom afgewezen.
De voorzieningenrechter wijst tevens het verzoek om proceskostenveroordeling af. De zaak zal in een bodemprocedure nader onderzocht kunnen worden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het tijdelijk huisverbod wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van onverwijlde spoed.