ECLI:NL:RBUTR:2009:BI7161
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ondertoezichtstelling minderjarige wegens gezagsgeschil over medische behandeling
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht spoedig om ondertoezichtstelling van een minderjarige vanwege een ernstig gezagsgeschil tussen de ouders over de noodzakelijke medische behandeling van het kind, namelijk het dragen van een bril en het afplakken van een oog (occlusietherapie).
Ondanks eerdere rechterlijke beslissingen die voorschreven dat de ouders het advies van oogartsen moesten opvolgen, bleven de ouders het niet eens over de uitvoering. Dit leidde tot een situatie waarin het kind fysieke en psychische schade kon oplopen. De moeder betwistte de diagnose en behandeling en voelde zich aangetast door het overheidsingrijpen.
De kinderrechter oordeelde dat aan de wettelijke voorwaarden voor ondertoezichtstelling was voldaan, mede vanwege de relationele spanningen, problemen in huisvesting en financiën, en de problematiek bij de moeder die vrijwillige hulpverlening bemoeilijkte.
Daarom werd het kind onder toezicht gesteld van de Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht voor de duur van een jaar, met onmiddellijke ingang. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en werd op 15 mei 2009 uitgesproken.
Uitkomst: De minderjarige wordt onder toezicht gesteld vanwege een onoverbrugbaar gezagsgeschil over medische behandeling.