ECLI:NL:RBUTR:2009:BI7306
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrouw niet-ontvankelijk in verzoek tot verlenging partneralimentatie na twaalfjaarstermijn
Partijen zijn in 1994 gescheiden waarbij een partneralimentatiebedrag werd vastgesteld met een wettelijke termijn van twaalf jaar. De vrouw verzocht kort voor het einde van deze termijn om verlenging, stellende dat de alimentatie onder het oude recht viel met een vijftienjaarstermijn. Dit verzoek werd door rechtbank, hof en Hoge Raad afgewezen.
De vrouw startte vervolgens een nieuwe procedure met het argument dat de alimentatieverplichting onder de overgangsregeling viel en dat er dus een langere termijn van toepassing was. De man verweerde zich onder meer met een beroep op artikel 236 Rv Pro, dat herhaalde procedures over dezelfde rechtsbetrekking verbiedt.
De rechtbank oordeelde dat de eerdere uitspraken, waaronder die van de Hoge Raad, gezag van gewijsde hebben en dat de vrouw niet opnieuw over dezelfde rechtsbetrekking kan procederen. Ook werd geoordeeld dat de vrouw bekend was met de twaalfjaarstermijn en dat de betaling van hypotheeklasten vóór de alimentatieverplichting viel onder de onderhoudsplicht van echtgenoten, niet onder partneralimentatie.
De rechtbank verklaarde de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek en veroordeelde haar in de proceskosten van de man. De procedure werd als nodeloos beschouwd.
Uitkomst: De vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot verlenging van partneralimentatie en veroordeeld in de proceskosten.