ECLI:NL:RBUTR:2009:BI9337

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
10 juni 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
264893 / FA RK 09-1773
Instantie
Rechtbank Utrecht
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 34 lid 2 PaspoortwetArt. 154 Mudawanna
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek vervangende toestemming reisdocumenten voor minderjarige zonder gezamenlijk gezag

De moeder verzocht de kinderrechter om vervangende toestemming om namens haar minderjarige zoon reisdocumenten aan te vragen, omdat de vader, die niet de biologische vader is, zijn toestemming weigerde. De minderjarige is geboren na ontbinding van het huwelijk van de ouders en heeft zowel de Nederlandse als Marokkaanse nationaliteit. Volgens Marokkaans recht is de vader juridisch vader, ondanks het ontbreken van biologische afstamming.

De rechtbank stelde vast dat het Nederlandse recht geldt voor de gezagsvraag, waarbij het uitgangspunt is dat juridische vaders niet automatisch gezag krijgen als het kind na ontbinding van het huwelijk wordt geboren. De moeder heeft het eenhoofdig gezag over het kind, en er is geen gezamenlijk gezag geregistreerd.

Daarom oordeelde de rechtbank dat de moeder geen toestemming van de vader nodig heeft voor het verkrijgen van reisdocumenten en dat haar verzoek om vervangende toestemming geen belang heeft. Het verzoek werd afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek van de moeder om vervangende toestemming voor het aanvragen van reisdocumenten voor de minderjarige wordt afgewezen omdat zij het eenhoofdig gezag heeft.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK UTRECHT
Sector handels- en familierecht
zaaknummer / rekestnummer: 264893 / FA RK 09-1773
paspoortwet
Beschikking van 10 juni 2009
in de zaak van
[naam vrouw]
wonende te [woonplaats],
hierna: de vrouw,
advocaat mr. R. Veerkamp,
tegen
[naam man],
wonende te [woonplaats],
hierna: de man.
1. Het verloop van de procedure
De vrouw heeft ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift met bijlagen ingediend. Daarbij heeft zij verzocht de door de man te geven toestemming als bedoeld in artikel 34 lid 2 van Pro de Paspoortwet te vervangen door een verklaring van de kinderrechter.
De zaak is behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren van 8 mei 2009. Hierbij zijn beide partijen met hun advocaat verschenen. Voorts was aanwezig mevrouw Klein van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
2. De vaststaande feiten
- Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest.
- Bij beschikking van 14 november 2007 is tussen hen de echtscheiding uitgesproken. Deze beschikking is op 22 januari 2008 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand te ‘s-Gravenhage.
- Op 29 april 2008 heeft ook de rechtbank van Casablanca, Marokko, de echtscheiding tussen partijen uitgesproken.
- Op 25 november 2008 is te [woonplaats] uit de vrouw geboren [naam zoon]
- De man en de minderjarige hebben zowel de Nederlandse als de Marokkaanse nationaliteit. De vrouw heeft de Marokkaanse nationaliteit.
3. De beoordeling van het verzoek
De vrouw heeft de kinderrechter verzocht te verklaren, dat zij toestemming heeft om
op naam van de minderjarige gestelde reisdocumenten aan te vragen. De vrouw heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat zij samen met de minderjarige naar Marokko wil kunnen reizen om daar een vaderschapsactie te beginnen, aangezien de man niet de biologische vader van de minderjarige is.
De vrouw heeft gesteld dat de man heeft geweigerd schriftelijke toestemming te verlenen aan het verkrijgen van reisdocumenten en dat hij heeft verklaard nergens aan mee te willen werken. De man voert verweer en voert hiertoe aan dat hij niet de biologische vader van de minderjarige is, dat de vrouw hem, via betaling aan de rechtbank inzake een DNA-onderzoek, nog geld verschuldigd is en dat partijen bovendien geen gezamenlijk gezag hebben, zodat de zijn toestemming niet vereist is.
De kinderrechter overweegt als volgt:
Partijen zijn het erover eens dat de man niet de biologische vader van de minderjarige is. Op de afstamming is vanwege de nationaliteit van de ouders Marokkaans recht van toepassing. Op grond hiervan is, ondanks de echtscheiding, volgens Marokkaans recht de man de juridische vader van de minderjarige. De minderjarige is ingevolge artikel 154 van Pro de Mudawanna immers binnen een jaar na ontbinding van het huwelijk van de vrouw en de man geboren.
De vraag is echter of partijen ook gezamenlijk gezag over de minderjarige hebben.
Nu de gewone verblijfplaats van de minderjarige in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om deze vraag naar Nederlands recht te beantwoorden.
De rechtbank stelt voorop dat het wettelijk uitgangspunt is dat juridische vaders niet van rechtswege het gezag over hun kinderen verkrijgen tenzij het kind staande huwelijk is geboren. Zij kunnen het gezag verkrijgen na een rechterlijke beslissing of na aantekening van gezamenlijk gezag van de griffier in het gezagsregister.
Gelet op het voorgaande constateert de rechtbank dat de vrouw naar Nederlands recht het eenhoofdig gezag heeft over de minderjarige. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de vrouw geen toestemming van de man nodig heeft voor het verkrijgen van reisdocumenten voor de minderjarige. De vrouw heeft dan ook geen belang bij haar verzoek tot vervangende toestemming.
4. Beslissing
De kinderrechter:
wijst het verzoek van de vrouw af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. T.M.M.P. Westbroek, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2009.?