ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ2115
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging van schuldsaneringsregeling wegens benadeling schuldeisers en niet-nakoming informatieplicht
De rechtbank Utrecht behandelde op 6 juli 2009 het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van de schuldenaar, ingediend door een schuldeiser. De schuldenaar werd verweten zijn schuldeisers te hebben benadeeld door het onterecht beëindigen van activiteiten van zijn vennootschap [X] en het niet informeren van de bewindvoerder over de overdracht van rendabele werkzaamheden aan een eenmanszaak van zijn partner.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de schuldenaar onvoldoende duidelijkheid verschafte over de overdracht van werkzaamheden en dat hij betrokken was bij de activiteiten van de eenmanszaak, ondanks zijn ontkenning. De rechtbank achtte de verklaring van de schuldenaar ongeloofwaardig en concludeerde dat er sprake was van een inbreuk op de informatieplicht en benadeling van schuldeisers.
De verdediging stelde dat er geen causaal verband bestond tussen het stoppen van de activiteiten en het faillissement en dat aan de informatieplicht was voldaan. De rechtbank verwierp deze stellingen en oordeelde dat de schuldenaar niet aan zijn verplichtingen had voldaan.
Op grond van artikel 350 lid 3 sub c en Pro e van de Faillissementswet besloot de rechtbank de schuldsaneringsregeling te beëindigen en de schuldenaar van rechtswege in staat van faillissement te verklaren zodra het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan. Tevens werd het salaris van de bewindvoerder vastgesteld en de curator gemachtigd tot het openen van aan de schuldenaar gerichte post.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens benadeling van schuldeisers en niet-nakoming van de informatieplicht, waarna de schuldenaar van rechtswege in staat van faillissement zal verkeren.