ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ3964
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering stichting wegens herroeping schenkingsovereenkomst uit 1989
De Stichting, opgericht door vader en moeder [AB], vorderde betaling van geldbedragen die zij in 1989 via een notariële akte van de erflaters had ontvangen als schenking. De Stichting stelde dat de erfgenamen van vader en moeder [AB], die de nalatenschap zuiver hadden aanvaard, aansprakelijk waren voor deze bedragen.
De erfgenamen voerden verweer dat de schenkingsovereenkomst uit 1989 was herroepen of ongedaan gemaakt door een verklaring uit 1996, waarin de financiële positie tussen de Stichting en de erflaters definitief werd geregeld. De rechtbank oordeelde dat deze latere verklaring inderdaad de eerdere akte verving, mede omdat de schenkingen uit 1989 niet in de jaarstukken van de Stichting waren verwerkt en de periodieke uitkeringen nooit waren betaald.
De rechtbank concludeerde dat de Stichting ten tijde van het overlijden van vader en moeder [AB] geen vordering meer had op grond van de schenkingsovereenkomst uit 1989 en wees de vordering af. De Stichting werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de Stichting wordt afgewezen omdat de schenkingsovereenkomst uit 1989 later door partijen is herroepen.