ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ3990
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische noodzaak met vergoeding op basis van kantonrechtersformule
De zaak betreft het verzoek van een werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer wegens bedrijfseconomische noodzaak. De werknemer was doseerspecialist en werkte 32 uur per week. De werkgever voerde een reorganisatie door vanwege teruglopende omzet en een dreigend groot verlies, onderbouwd met jaarcijfers en een accountantsrapport van PriceWaterhouseCoopers.
De kantonrechter oordeelde dat de bedrijfseconomische noodzaak voldoende aannemelijk was gemaakt, ondanks het ontbreken van overleg met de ondernemingsraad en instemming van vakbonden over het sociaal plan. Het afspiegelingsbeginsel was correct toegepast, en de functies van de betrokken werknemers waren niet inwisselbaar.
De vergoeding aan de werknemer werd vastgesteld op basis van de kantonrechtersformule (factoren A x B x C), waarbij 16 gewogen dienstjaren, het bruto maandsalaris inclusief vakantiebijslag en een correctiefactor van 1 werden gehanteerd. De exceptio pecuniae absentiae werd afgewezen. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 1 juli 2009 en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden wegens bedrijfseconomische noodzaak met een vergoeding van €39.750 bruto toegekend aan de werknemer.