ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ4005
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens niet behalen SEH-certificering en vergoeding berekening
De Rabobank Utrecht en omstreken verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] wegens het niet behalen van een verplichte SEH-certificering binnen de gestelde termijn, ondanks meerdere verlengingen. De werknemer was sinds 2002 in dienst bij Rabobank Oost Betuwe en vanaf 2006 bij Rabobank Utrecht en omstreken. De Rabobank stelde dat de werknemer niet voldeed aan de functie-eisen en dat het niet redelijk was om hiervan af te wijken ten koste van collega’s.
De werknemer voerde verweer dat de certificering niet verplicht was, dat de communicatie over de noodzaak en de consequenties van het niet behalen niet tijdig schriftelijk was vastgelegd, en dat hij privéproblemen had. Tevens stelde hij dat zijn opgebouwde anciënniteit bij Rabobank Oost Betuwe meegewogen moest worden bij de vergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat de Rabobank voldoende aannemelijk had gemaakt dat het behalen van het SEH-diploma noodzakelijk was en dat de werknemer hiervan op de hoogte was. Het vier-ogen-principe gold slechts tijdelijk en het verzoek tot demotie was niet tijdig door de werknemer ingebracht. De omstandigheden rechtvaardigden ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
Voor de vergoeding werd geoordeeld dat eerdere dienstjaren bij Rabobank Oost Betuwe meegeteld moesten worden als opvolgend werkgever, conform bepalingen in de CAO en jurisprudentie. De vergoeding werd berekend op basis van een A-factor van 4, een B-factor van €3.477,27 en een correctiefactor van 0,75, wat resulteerde in een bruto vergoeding van €10.431,81. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 juni 2009 met een bruto vergoeding van €10.431,81 voor de werknemer.