ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ4815
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse kantonrechter bij ontbinding arbeidsovereenkomst werknemer woonachtig in België
Trendhopper International B.V. verzocht de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst met een werknemer te ontbinden wegens bedrijfseconomische redenen, omdat de arbeidsplaats zou zijn komen te vervallen. De werknemer, woonachtig in België en sinds april 2009 arbeidsongeschikt, voerde verweer dat de Nederlandse kantonrechter niet bevoegd was om over het verzoek te oordelen.
De kantonrechter beoordeelde de bevoegdheid aan de hand van de artikelen 18 tot en met 21 van de EEX-Verordening (nr. 44/2001). Volgens artikel 20 lid 1 van Pro deze verordening kan een werkgever een werknemer slechts voor de rechter van de lidstaat dagvaarden waar de werknemer zijn woonplaats heeft. Aangezien de werknemer in België woont, is de Belgische rechter bevoegd.
Trendhopper stelde dat op grond van artikel 28 EEX Pro-Verordening en artikel 22 EVEX Pro-Verdrag de Nederlandse rechter bevoegd zou zijn vanwege de nauwe samenhang met andere zaken tegen andere werknemers. Dit verweer werd verworpen omdat de samenhangende vorderingen alleen gelden tussen dezelfde partijen, wat hier niet het geval was.
De kantonrechter verklaarde zich daarom onbevoegd kennis te nemen van het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De proceskosten werden gecompenseerd omdat de arbeidsrelatie voortduurde.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst omdat de werknemer in België woont.