ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ4872
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Ch.E. Bethlem
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bestuurdersaansprakelijkheid wegens onvoldoende stelplicht en bewijs
Eiseressen, twee besloten vennootschappen, vorderden betaling van aanzienlijke bedragen van de bestuurder van een beheermaatschappij die 10% van de aandelen hield in Quick Rental Services B.V. (QRS). Zij stelden dat de bestuurder onrechtmatig had gehandeld door malversaties in de boekhouding, waardoor QRS haar verplichtingen niet kon nakomen en schade was geleden.
De bestuurder betwistte de beschuldigingen en stelde dat hij geen inzicht had in de feitelijke voorraad en dat er geen sprake was van insolventie op het moment van ondertekening van een overeenkomst. Hij voerde aan dat de financiële situatie beter was dan door eiseressen gesteld en dat de vorderingen onvoldoende waren onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat eiseressen onvoldoende bewijs en onderbouwing hadden geleverd voor hun stellingen omtrent malversaties en onrechtmatig handelen. De curator had nog onderzoek lopen en er was geen concreet bewijs van persoonlijk ernstig verwijtbaar handelen door de bestuurder. De stelplicht van eiseressen was niet nagekomen, waardoor hun vorderingen werden afgewezen.
Daarnaast werd het conservatoir beslag op onroerende zaken van de bestuurder als onterecht beoordeeld en werden de proceskosten aan de zijde van de eiseressen opgelegd. De rechtbank kwam daarmee tot een afwijzing van de vorderingen wegens gebrek aan feitelijke grondslag.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot bestuurdersaansprakelijkheid af wegens onvoldoende onderbouwing en stelplicht van eiseressen.