ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ4893
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- H.J. Schepen
- Rechtspraak.nl
Beslagvrije voet correctie bij inhouding arbeidsongeschiktheidsuitkering
De zaak betreft een geschil tussen eiser, die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt, en de Ontvanger van de Belastingdienst over de juiste hoogte van de beslagvrije voet bij inhouding van een belastingschuld op zijn uitkering.
Eiser stond tijdelijk ingeschreven als ondernemer zonder inkomsten uit die onderneming. De Ontvanger had de beslagvrije voet aanvankelijk op nihil gesteld vanwege het ontbreken van inkomensgegevens, wat leidde tot volledige inhouding van de uitkering. Eiser betwistte dit en stelde dat de beslagvrije voet onjuist was vastgesteld.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de Ontvanger de beslagvrije voet niet op nul had mogen stellen, omdat eiser niet had voldaan aan zijn informatieplicht maar de wet geen sanctie van volledige beslagvrije voet op nul kent. De beslagvrije voet moest worden vastgesteld op de helft van het correcte bedrag van €1.057,00, namelijk €528,50.
De Ontvanger werd veroordeeld tot terugbetaling van het teveel geïncasseerde bedrag binnen vijf werkdagen. Verdere vorderingen van eiser, zoals het verbod op toekomstige beslagleggingen en een dwangsom, werden afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De Ontvanger wordt veroordeeld tot terugbetaling van €528,50 wegens onjuiste beslagvrije voet.