ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ5249
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplichtigheid bij afpersing met gevangenisstraf en schadevergoeding
De rechtbank Utrecht heeft verdachte veroordeeld voor medeplichtigheid bij afpersing van een slachtoffer, waarbij verdachte tweemaal geldbedragen in ontvangst heeft genomen in opdracht van een medeverdachte. De afpersing betrof een bedrag van in totaal €25.000, waarbij sprake was van bedreiging met geweld door een criminele organisatie.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte bewust heeft deelgenomen aan het misdrijf door het geld te incasseren, ondanks het ontbreken van nauwe samenwerking die vereist is voor medeplegen. Verdachte werd vrijgesproken van medeplegen, maar schuldig bevonden aan medeplichtigheid met dubbel opzet.
Bij de strafoplegging speelde het strafblad van verdachte en zijn gedrag tijdens reclassering een rol, waardoor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden werd opgelegd. Tevens werd een eerdere voorwaardelijke straf van 2 weken ten uitvoer gelegd. Verdachte werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de schadevergoeding van €25.000 aan het slachtoffer, met een vervangende hechtenis bij niet-betaling.
De voorlopige hechtenis van verdachte werd opgeheven vanwege het niet naleven van schorsingsvoorwaarden. De zaak werd inhoudelijk behandeld op zittingen in april en juli 2009, waarna het vonnis op 10 augustus 2009 werd uitgesproken.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 4 maanden gevangenisstraf wegens medeplichtigheid bij afpersing en hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor een schadevergoeding van €25.000.