ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ5495
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Bruins
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onrechtmatig verkregen bewijs bij identiteitsvordering door politie
Op 26 juli 2009 hielden surveillanten in Amersfoort een voertuig staande om de identiteit van de bestuurder en inzittenden vast te stellen vanwege recente woninginbraken in de omgeving. De persoon op de achterbank kon geen geldig identiteitsbewijs tonen en bleek als ongewenst vreemdeling gesignaleerd te staan. De verdachte werd daarop aangehouden.
De politierechter oordeelde dat het vragen naar de identiteit alleen is toegestaan binnen de uitvoering van de politietaak en dat in deze situatie geen redelijke verdenking of dreiging van wanordelijkheden bestond die dit rechtvaardigde. Ook was niet vastgesteld dat de identiteitsvordering in het kader van hulpverlening plaatsvond.
De schending van artikel 8a van de Politiewet 1993, die het willekeurig vragen naar identiteit verbiedt, maakte het bewijs onrechtmatig verkregen. Dit leidde tot vrijspraak van de verdachte omdat het bewijs niet kon worden gebruikt. De rechter verwierp het verweer dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard, maar achtte de bewijsuitsluiting wel noodzakelijk.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onrechtmatig verkregen bewijs door onbevoegde identiteitsvordering.