ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ7044
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontruimingsvordering asielzoeker wegens ontbreken passende huisvesting
De zaak betreft een kort geding tussen het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) en een asielzoeker met een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als verdragsvluchteling. Het COA vorderde ontruiming van het asielzoekerscentrum (AZC) omdat de asielzoeker een aangeboden huurwoning had geweigerd, wat volgens het COA leidde tot het vervallen van het recht op opvang.
De asielzoeker weigerde de woning omdat deze gedeeld moest worden met een persoon van Ethiopische afkomst, terwijl zij vanwege politieke vervolging en stammenconflicten in haar thuisland niet met Ethiopiërs kan samenwonen. Het COA hanteert een beleid met limitatieve plaatsingscriteria en achtte deze persoonlijke omstandigheden geen reden voor afwijking.
De rechtbank oordeelde dat het COA niet in redelijkheid tot het oordeel kon komen dat de woning passend was, mede omdat het COA onvoldoende navraag had gedaan naar de bijzondere omstandigheden die samenhangen met de verblijfsvergunning. De vordering tot ontruiming werd daarom afgewezen en het COA werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de asielzoeker wordt afgewezen omdat de aangeboden woning niet als passende huisvesting kan worden beschouwd.