ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ7086
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening moratorium bij loonbeslag in schuldsaneringsprocedure
De schuldenaar heeft gelijktijdig met zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om het loonbeslag door GGN namens het Bouwfonds te laten stilleggen. De rechtbank overweegt dat het verzoek gericht is op het overbruggen van de periode tussen de aanvraag en de beslissing op de schuldsaneringsregeling.
Uit de stukken blijkt dat de beslagvrije voet is aangepast en dat bedragen die ten onrechte zijn ingehouden, zijn terugbetaald. Maandelijks wordt € 900,00 ingehouden, wat toereikend is voor de vaste lasten van de schuldenaar. De schuldenaar stelt dat hij nauwelijks genoeg overhoudt voor overige kosten, maar de rechtbank acht dit onvoldoende voor een voorlopige voorziening.
GGN heeft betoogd dat er geen spoedeisend belang is en dat de late reactie op het schikkingsvoorstel niet aan haar te wijten is. De rechtbank bevestigt dat de incassomaatregelen geen aanleiding geven tot het verlenen van de voorziening, mede omdat geen dreiging van huisuitzetting of stopzetting van nutsvoorzieningen bestaat.
De rechtbank concludeert dat de schuldenaar andere middelen had kunnen inzetten om financiële ruimte te verkrijgen, zoals het inschakelen van de voorzieningenrechter voor opheffing van het beslag. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De beslissing over de toelating tot de schuldsaneringsregeling volgt in een afzonderlijk vonnis.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot opschorting van het loonbeslag wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.