ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ7364
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst kamerhuur wegens ernstige verstoring woonverhouding
De zaak betreft een geschil tussen een verhuurder en een kamerhuurder over de beëindiging van de huurovereenkomst. De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst wegens verwijtbare tekortkoming door de huurder, die zich volgens hem niet als een goed huurder gedraagt en hem bedreigt, waardoor hij zich onveilig voelt in zijn eigen woning.
De huurder ontkent de bedreigingen en stelt dat de verhuurder de werkelijke reden voor de beëindiging van het huurcontract wil verbergen. De kantonrechter oordeelt dat hoewel er sprake is van overlast en bemoeienis van de huurder met het leven van de verhuurder, dit niet leidt tot ontbinding van de huurovereenkomst wegens niet-nakoming of het niet-gedragen als goed huurder.
Wel wordt de huurovereenkomst beëindigd op grond van art. 7:274 lid 1 sub f BW Pro, omdat het gaat om onzelfstandige woonruimte en de belangen van de verhuurder bij beëindiging zwaarder wegen dan die van de huurder. De huurder heeft de woonverhouding ernstig verstoord door onder meer het informeren van de Belastingdienst over vermeende fraude en het uiten van bedreigingen en dreigementen.
De kantonrechter bepaalt dat de huurovereenkomst twee maanden na betekening van het vonnis eindigt en veroordeelt de huurder tot ontruiming binnen die termijn. Tevens wordt de huurder veroordeeld tot betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt beëindigd op grond van art. 7:274 lid 1 sub f BW en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen twee maanden.