ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ9337
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing schorsing minderjarige schaatser wegens doping
Een vijftienjarige schaatser met een licentie van de KNSB werd na het Nederlands kampioenschap C-junioren positief bevonden op de anabole steroïde norandrosterone. De KNSB legde daarop een ordemaatregel (schorsing) op en startte een tuchtprocedure. De vader van de schaatser vorderde in kort geding opheffing of schorsing van deze maatregel.
De rechtbank oordeelde dat de voorzieningenrechter bevoegd was de zaak te behandelen ondanks het reglement dat geschillen aan de Geschillencommissie toewijst, vanwege spoedeisend belang en de aard van de vordering. De rechtbank stelde vast dat de KNSB de zaak tijdig bij de Tuchtcommissie had aangebracht binnen de zes weken termijn zoals voorgeschreven in het Dopingreglement.
De stelling dat het dopingonderzoek niet volgens WADA-normen was uitgevoerd werd onvoldoende onderbouwd en kon niet leiden tot het gelijkstellen van het resultaat aan een negatief resultaat. Ook was het niet aannemelijk dat de Tuchtcommissie een kortere schorsing zou opleggen dan de reeds doorlopen schorsingsperiode. De vorderingen werden daarom afgewezen en de vader werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot opheffing of schorsing van de dopinggerelateerde schorsing af.