ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ9366
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging wegens doodslag onder invloed van middelenmisbruik
Op 24 augustus 2008 heeft verdachte het slachtoffer meermalen met een klauwhamer op het hoofd geslagen, hetgeen heeft geleid tot het overlijden van het slachtoffer. Verdachte had die dag samen met het slachtoffer drugs en alcohol gebruikt en raakte in woede na een opmerking van het slachtoffer. Verdachte heeft de bankpas van het slachtoffer meegenomen en geprobeerd geld op te nemen.
Het bewijs bestond uit verklaringen van verdachte, forensisch onderzoek door het NFI, bloedspattenanalyse, pathologisch onderzoek en gegevens van geldopnames. Verdachte bekende het delict, maar kon zich de vechtpartij niet herinneren. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte het slachtoffer opzettelijk van het leven heeft beroofd, maar sprak verdachte vrij van moord en gekwalificeerde doodslag wegens gebrek aan voorbedachten rade en verband met diefstal.
Deskundigen konden wegens gebrek aan medewerking geen formele diagnose stellen, maar de rechtbank concludeerde dat verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis door chronisch en ernstig middelenmisbruik. Verdachte verklaarde dat cocaïnegebruik leidt tot agressie en explosieve woede. Er is een direct verband tussen de stoornis en het delict, en verdachte vormt een gevaar voor de samenleving.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot zes jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en legde de maatregel tbs met dwangverpleging op. De rechtbank achtte een langere gevangenisstraf niet noodzakelijk gezien de maatregel en de ernst van de stoornis. Tevens werden diverse inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd verklaard of teruggegeven.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging wegens doodslag onder invloed van middelenmisbruik.