ECLI:NL:RBUTR:2009:BK0206
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vernietiging echtscheidingsconvenant wegens bedrog en afwijzing vorderingen tot levering woning
In deze verdelingszaak vordert eiseres de vernietiging van het echtscheidingsconvenant op grond van bedrog, stellende dat haar handtekening op het convenant vervalst is. Zij betoogt dat zij niet met de advocaat Bannenberg heeft gesproken en niet wist van de scheiding totdat dit haar door de politie werd meegedeeld. De rechtbank overweegt dat een beroep op vernietiging wegens bedrog veronderstelt dat een rechtshandeling heeft plaatsgevonden, maar eiseres stelt juist dat er geen rechtshandeling is verricht omdat zij de handtekening niet heeft gezet. Hierdoor faalt haar vordering.
Gedaagde voert aan dat partijen gezamenlijk de echtscheiding hebben aangevraagd en dat eiseres heeft meegewerkt, onder meer door het verlaten van de woning en het behouden van een bedrag van €15.000,-. Hij vordert in voorwaardelijke reconventie dat eiseres wordt veroordeeld tot medewerking aan de levering van de woning, die voor het huwelijk op zijn naam stond maar mede-eigendom werd door het huwelijk. De rechtbank oordeelt dat de woning al op naam van gedaagde staat en dat hij geen belang heeft bij zijn vorderingen.
De rechtbank wijst daarom zowel de conventionele vordering tot vernietiging van het convenant als de voorwaardelijke reconventionele vorderingen af. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot vernietiging van het echtscheidingsconvenant en de voorwaardelijke reconventionele vorderingen af.