ECLI:NL:RBUTR:2009:BK1800
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.M. Vanwersch
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst tijdens opzegtermijn met vergoeding
Werknemer diende een verzoek in tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst gedurende de opzegtermijn met toekenning van een vergoeding van €63.233,00. Werkgever had het dienstverband reeds opgezegd na verkregen ontslagvergunning op grond van bedrijfseconomische omstandigheden. De mondelinge behandeling vond plaats op 29 oktober 2009, één dag voor het einde van de opzegtermijn.
De kantonrechter oordeelde dat het verzoek alleen zinvol is indien een vergoeding wordt toegekend, maar vanwege het korte tijdsbestek was het niet mogelijk om voldoende informatie te verkrijgen over de financiële situatie van de werkgever. Het zogenoemde 'Habe-nichts-Habe-wenig-verweer' van de werkgever werd niet voldoende onderbouwd, maar een geforceerde beslissing ten gunste van de werknemer werd verworpen.
Daarnaast werd gewezen op de mogelijke precedentenwerking en de risico's voor andere arbeidsplaatsen bij de werkgever. De kantonrechter concludeerde dat de werknemer geen belang meer had bij toewijzing van het verzoek zonder vergoeding en wees het verzoek af. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met vergoeding wordt afgewezen.