ECLI:NL:RBUTR:2009:BK3087
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag tijdens proeftijd wegens ongeschiktheid werknemer niet onrechtmatig
Werknemer was gedurende twee maanden in dienst als Revenue Accountant bij Torex Retail B.V. en werd aan het einde van de proeftijd ontslagen omdat hij volgens de werkgever niet geschikt was voor de functie. Werknemer vorderde een schadevergoeding wegens vermeend onjuist handelen van de werkgever, onder meer omdat hij pas aan het einde van de proeftijd werd geïnformeerd over zijn functioneren en omdat hij afhankelijk was van collega’s.
De kantonrechter oordeelde dat de proeftijd rechtsgeldig was overeengekomen en dat de werkgever binnen de wettelijke termijn het dienstverband mocht beëindigen. De toetsing van het ontslag tijdens de proeftijd is terughoudend: alleen bij bijzondere omstandigheden kan de werkgever schadeplichtig worden wegens schending van het goed werkgeverschap.
De kantonrechter stelde vast dat de werkgever het ontslag heeft gebaseerd op een redelijke beoordeling van de geschiktheid van de werknemer en dat er geen sprake was van discriminatie of kwaadwilligheid. Het feit dat de werknemer pas aan het einde van de proeftijd werd geïnformeerd over zijn functioneren leidt niet tot schadeplichtigheid. De vordering werd daarom afgewezen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatig ontslag tijdens de proeftijd wordt afgewezen.