ECLI:NL:RBUTR:2009:BK3106
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Werkgever mag tankpas blokkeren na afzien van gebruik bedrijfsauto door werknemer
Werknemer was van juni 2006 tot december 2008 in dienst als sales director en had een bedrijfsauto met tankpas ter beschikking, waarvan de benzinekosten voor rekening van de werkgever kwamen. In september 2008 spraken partijen af dat werknemer de bedrijfsauto op gebruikelijke voorwaarden mocht blijven gebruiken tot het einde van het dienstverband. Werknemer stemde in met een autowissel van een Volvo naar een Chrysler, maar gaf aan geen gebruik te zullen maken van de Chrysler vanaf 1 oktober 2008.
De werkgever blokkeerde daarop de tankpas, waardoor werknemer in oktober en november 2008 niet meer kon tanken. Werknemer vorderde vergoeding van benzinekosten en schadevergoeding wegens tekortkoming en onrechtmatig handelen van de werkgever. De werkgever erkende de benzinekosten over augustus 2008, maar betwistte de rest van de vordering.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever contractueel verplicht was de auto ter beschikking te stellen, maar werknemer had ervoor gekozen de Chrysler niet te gebruiken. Het recht op tankpasgebruik was afhankelijk van daadwerkelijk gebruik van de bedrijfsauto. Daarom mocht de werkgever de tankpas blokkeren. De vordering tot vergoeding van benzinekosten over oktober en november werd afgewezen, slechts de kosten over augustus werden toegewezen. De proceskosten werden aan werknemer opgelegd.
Uitkomst: De werkgever mocht de tankpas blokkeren nadat werknemer afzag van het gebruik van de bedrijfsauto; alleen benzinekosten over augustus 2008 werden toegewezen.