ECLI:NL:RBUTR:2009:BK3195
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.P. Schotman
- D.A.C. Koster
- Y.A.T. Kruijer
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen handel in cocaïne met taakstraf en gedeeltelijke gevangenisstraf
De rechtbank Utrecht heeft op 12 oktober 2009 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van handel in harddrugs, met name cocaïne, in de periode van augustus 2008 tot februari 2009. Uit getuigenverklaringen en observaties bleek dat verdachte samen met haar partner vanuit hun woning in Houten actief was in de verkoop van cocaïne, waarbij ook kinderen in de woning aanwezig waren.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van handel in cocaïne. Verdachte speelde een actieve rol, onder meer door zelf cocaïne te verstrekken wanneer haar partner afwezig was. De handel vond plaats in de woning waar ook de kinderen verbleven, wat de ernst van de feiten verhoogde. Verdachte gaf ter terechtzitting geen openheid van zaken.
De officier van justitie had een gevangenisstraf van 36 weken, waarvan 20 weken voorwaardelijk, en een werkstraf van 120 uur gevorderd. De rechtbank legde een taakstraf van 150 uur op, te vervangen door 75 dagen hechtenis, en een gevangenisstraf van 36 weken waarvan 20 weken niet ten uitvoer worden gelegd, met een proeftijd van twee jaar. De tijd in voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht.
De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden. De beslissing is gebaseerd op artikelen uit het Wetboek van Strafrecht en de Opiumwet. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 150 uur en een gevangenisstraf van 36 weken waarvan 20 weken voorwaardelijk.