ECLI:NL:RBUTR:2009:BK3560
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Gemeente Utrecht onterecht uitsluiting inschrijving Aveant bij aanbesteding hulp bij het huishouden
De Gemeente Utrecht organiseerde een aanbestedingsprocedure voor het leveren van hulp bij het huishouden (HBH) in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Hierbij werd geëist dat de gegarandeerde capaciteit voor HBH2 minimaal 30% van het totaal moest bedragen. Aveant diende een inschrijving in met een totale gegarandeerde capaciteit van 57.695 uren per vier weken, waarvan 17.310 uren HBH2, wat ruim 30% is.
De Gemeente verklaarde de inschrijving van Aveant ongeldig omdat zij meende dat de totale capaciteit inclusief de vrije capaciteit van 7.000 uren HBH1 moest worden meegerekend, waardoor het aandeel HBH2 onder de 30% zou vallen. Aveant stelde dat de vrije capaciteit niet tot de gegarandeerde capaciteit behoorde en dat zij aan de eis voldeed.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de Gemeente ten onrechte niet was uitgegaan van de door Aveant opgegeven totale gegarandeerde capaciteit en dat de vrije capaciteit buiten beschouwing moest blijven. Hierdoor voldeed Aveant aan de eis van minimaal 30% HBH2. De Gemeente werd verboden de gunningsfase voort te zetten zonder Aveant mee te laten dingen en werd veroordeeld in de proceskosten. Een vordering tot mededeling van voorlopige gunning werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: De Gemeente Utrecht is verboden Aveant uit te sluiten bij de gunningsfase omdat Aveant voldeed aan de eis van minimaal 30% HBH2 in de gegarandeerde capaciteit.