ECLI:NL:RBUTR:2009:BK3746
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering dekking brandverzekering na brand en aantreffen gestolen auto-onderdelen in garagebedrijf
In deze civiele procedure vordert eiseres, een garagebedrijf, dat verzekeraar ASR uitkeringen doet op grond van brand- en garageverzekeringen na een brand op 2 oktober 2007. Na de brand werden gestolen auto-onderdelen in het pand aangetroffen, en de directeur werd strafrechtelijk veroordeeld voor opzetheling.
ASR weigert uitkering met het primaire verweer dat sprake is van wijziging van het gebruik van het gebouw en risicoverzwaring door illegale activiteiten, las- en slijpwerkzaamheden en een illegale stroomaftakking. Tevens beroept ASR zich op het niet meewerken aan onderzoeken en het doen van onjuiste mededelingen door de directeur.
De rechtbank oordeelt dat ASR onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de stellingen over wijziging gebruik en risicoverzwaring. Het enkele feit van aanwezigheid van gestolen onderdelen en strafrechtelijke veroordeling is onvoldoende. Ook de stelling dat las- en slijpwerkzaamheden een risicoverzwaring vormen wordt verworpen, omdat ASR hiervan op de hoogte was. De illegale stroomaftakking leidt niet tot verhoogd risico zonder nadere onderbouwing.
Ten aanzien van de medewerking en mededelingen oordeelt de rechtbank dat weliswaar aanvankelijk geen volledige medewerking werd verleend, maar ASR niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij daardoor in haar belangen is geschaad. Onware verklaringen zijn niet vastgesteld. De primaire stelling van ASR om uitkering te weigeren faalt, waarna de rechtbank de zaak aanhoudt voor nadere onderbouwing van de hoogte van de vordering.
Uitkomst: De rechtbank wijst het primaire verweer van ASR af en houdt de zaak aan voor nadere onderbouwing van de hoogte van de uitkering.