ECLI:NL:RBUTR:2009:BK4931
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Eelkema
- Rechtspraak.nl
Terugvordering bijdragen gezamenlijke huishouding na relatiebreuk niet zonder meer mogelijk
De rechtbank Utrecht behandelde een civiele zaak tussen twee voormalige partners die van 2001 tot 2006 een affectieve relatie hadden en samenwoonden. Na de relatiebreuk ontstond onenigheid over financiële afwikkeling van gezamenlijke uitgaven, waaronder bijdragen aan de aankoop van twee auto's, een boot en een hypothecaire lening.
Beide partijen vorderden bedragen van elkaar op grond van ongerechtvaardigde verrijking. De rechtbank stelde dat bijdragen in een gezamenlijke huishouding niet zonder meer teruggevorderd kunnen worden als er geen duidelijke afspraken waren, omdat dergelijke bijdragen doorgaans impliciet met wederzijds goedvinden worden gedaan. Voor sommige posten, zoals de waarde van de tweede auto en kosten voor de hond, achtte de rechtbank terugvordering redelijk. Andere vorderingen, zoals rente over de hypothecaire lening en bijdragen aan levensonderhoud, werden afgewezen.
De rechtbank gaf partijen de gelegenheid om aanvullende bewijsstukken te leveren over de waarde van de tweede auto en de financiering van vakanties, en stelde de zaak aan voor verdere behandeling. Tevens moedigde zij partijen aan om tot een minnelijke regeling te komen.
Uitkomst: Gedaagde moet een derde van de waarde van de tweede auto vergoeden, eiseres krijgt terugbetaling voor kosten boot en hond; overige vorderingen worden afgewezen of aangehouden voor bewijslevering.