ECLI:NL:RBUTR:2009:BK4972

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
2 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
272568 / FA RK 09-4856
Instantie
Rechtbank Utrecht
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:121 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wijziging huwelijkse voorwaarden wegens strijd met openbare orde en goede zeden

Verzoekers, gehuwd onder huwelijkse voorwaarden, verzochten de rechtbank om goedkeuring voor een wijziging van hun huwelijkse voorwaarden. Het voorgestelde beding hield in dat de partij die moreel verantwoordelijk wordt geacht voor de echtscheiding een financiële boete van maximaal €200.000 aan de andere partij moet betalen.

De rechtbank overwoog dat hoewel het leed van een echtscheiding begrijpelijk is, het beding strijdig is met de openbare orde en goede zeden. Sinds 1971 is echtscheiding in Nederland mogelijk bij duurzame ontwrichting van het huwelijk, ongeacht de oorzaak. Het wettelijke stelsel gaat uit van een gelijke en onafhankelijke rechtspositie van echtgenoten, wat het strafbeding ondermijnt.

De rechtbank concludeerde dat het beding partijen financieel strafrechtelijk bindt voor het ontstaan van de echtscheiding, hetgeen niet verenigbaar is met de maatschappelijke inrichting en het wettelijke stelsel. Daarom werd het verzoek tot wijziging van de huwelijkse voorwaarden afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de huwelijkse voorwaarden werd afgewezen wegens strijd met de openbare orde en goede zeden.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK UTRECHT
Sector handels- en familierecht
zaaknummer / rekestnummer: 272568 / FA RK 09-4856
wijziging huwelijkse voorwaarden
Beschikking van 2 december 2009
in de zaak van
[man],
en
[vrouw],
echtelieden,
wonende te [woonplaats],
hierna: verzoekers.
1. Verloop van de procedure
Verzoekers hebben op 10 augustus 2009 ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift met bijlagen doen indienen door mr. G.A. van den Bos, notaris te Nijkerk. Daarbij is verzocht goedkeuring te verlenen aan het wijzigen van huwelijkse voorwaarden.
Het verzoek is behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren van 27 oktober 2009. Hierbij zijn verschenen: verzoekers en mr. G.A. van den Bos, de notaris.
2. Vaststaande feiten
Verzoekers zijn op 2 mei 2006 te [woonplaats] op huwelijkse voorwaarden met elkaar gehuwd.
Bij akte verleden op 2 maart 2009 hebben verzoekers de huwelijkse voorwaarden gewijzigd.
3. Beoordeling van het verzochte
Artikel 1:121 lid 1 van Pro het Burgerlijk wetboek bepaalt dat partijen bij huwelijkse voorwaarden af kunnen wijken van de regels der wettelijke gemeenschap, mits die voorwaarden niet met dwingende wetsbepalingen, de goede zeden, of de openbare orde strijden.
Partijen verzoeken thans hun huwelijkse voorwaarden in die zin te wijzigen dat in artikel 10 lid 5 van Pro deze voorwaarden zal worden bepaald:
“De verrekening vindt plaats doordat de ene partij aan de andere partij een zodanig bedrag uitkeert dat na de uitkering ieders vermogen gelijk is aan de helft van de gezamenlijke vermogens van de echtgenoten. Met dien verstande dat partijen zijn overeengekomen dat indien het huwelijk eindigt door echtscheiding of bij scheiding van tafel en bed, het uit te keren bedrag maximaal tweehonderdduizend euro (€ 200.000,00) bedraagt indien één van partijen het verzoek tot echtscheiding/scheiding van tafel en bed heeft ingediend en een door partijen in onderling overleg aan te wijzen derde heeft beslist dat de indiener moreel verantwoordelijk is voor de scheiding. Indien partijen geen overeenstemming bereiken over de door hen aan te wijzen derde zal deze derde worden aangewezen door de notaris-bewaarder van deze akte. Indien bedoelde aanwijzing niet binnen dertig dagen na de bedoelde indiening heeft plaatsgevonden, vervalt onderhavige in de tekst vetgedrukte bepaling. Bedoelde “derde” dient binnen dertig dagen nadat hij de aanwijzing heeft aanvaard bedoelde beslissing schriftelijk te nemen. Tegen bedoelde beslissing is geen beroep mogelijk en partijen conformeren zich bij voorbaat aan bedoelde beslissing.”
De man heeft ter terechtzitting medegedeeld dat partijen tot het opstellen van dit beding zijn gekomen nadat zij door omstandigheden op het punt hebben gestaan om te gaan scheiden. Partijen willen dit niet nog een keer meemaken en willen daarom hun huwelijkse voorwaarden zodanig aanpassen dat degene die de fout ingaat, die moreel verantwoordelijk is voor de echtscheiding, hiervoor moet boeten. De vrouw heeft medegedeeld dat zij de man in het verleden veel verdriet heeft gedaan. Zij wil dit in de toekomst voorkomen en wil daarom aan een dergelijk beding meewerken.
De rechtbank stelt voorop dat zij begrijpt dat partijen, gelet op hun verleden, het leed willen verzachten van degene die niet de oorzaak is van een echtscheiding. De rechtbank is echter van oordeel dat het beding dat partijen thans in samenwerking met de notaris hebben opgesteld, door haar strekking in strijd is met de openbare orde, dat wil zeggen de wijze waarop de maatschappij is ingericht. Partijen beogen elkaar immers financieel te straffen voor het feit dat de ander de echtscheiding op welke wijze dan ook veroorzaakt. In Nederland is sinds 1971 bij wet bepaald dat echtscheiding mogelijk is wanneer een huwelijk duurzaam is ontwricht. Blijkens de Memorie van Toelichting is van duurzame ontwrichting sprake indien de voortzetting van de samenleving ondraaglijk is geworden, zonder dat er uitzicht bestaat op herstel van behoorlijke verhoudingen. De rechtbank is van oordeel dat hierbij van belang is het bestaan van de toestand en niet (de wijze van) het ontstaan van deze toestand. Dit in tegenstelling tot de situatie vóór 1971 toen echtscheiding mogelijk was in het geval van overspel, kwaadwillige verlating, veroordeling wegens bepaalde misdrijven en/of mishandeling.
Bovendien gaat ons wettelijke stelsel uit van een gelijke en onafhankelijke rechtspositie voor beide echtgenoten. Het “straf”beding dat partijen thans in hun huwelijkse voorwaarden willen opnemen, doet hieraan geen recht. Te meer, nu ter terechtzitting is gebleken dat de vrouw weliswaar instemt met het beding zoals dit thans is geredigeerd doch dat zij dit (slechts) doet omdat zij spijt heeft van de gebeurtenissen in het (recente) verleden.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het beding dat partijen wensen overeen te komen in strijd is met de openbare orde en de goede zeden. De rechtbank zal het verzoek dan ook afwijzen.
4. Beslissing
De rechtbank
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.C. Stijnen, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. T.M.M.P. Westbroek, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2009.?
TW