ECLI:NL:RBUTR:2009:BK5244
Rechtbank Utrecht
- Raadkamer
- Z.J. Oosting
- J.M. Bruins
- H.A. Brouwer
- Rechtspraak.nl
Bevel tot gevangenneming verdachte wegens ernstige bezwaren en vluchtgevaar
De rechtbank Utrecht heeft op 25 november 2009 een bevel tot gevangenneming van verdachte uitgesproken voor een periode van zestig dagen. De gevangenneming is gebaseerd op ernstige bezwaren tegen verdachte en het risico dat hij zich aan strafvervolging zal onttrekken. De officier van justitie vorderde deze maatregel nadat het onderzoek ter terechtzitting was aangevangen, maar door een toegewezen wrakingsverzoek opnieuw moest aanvangen.
De verdediging stelde primair dat de vordering tot gevangenneming niet ontvankelijk was omdat het onderzoek ter terechtzitting was afgesloten en subsidiair dat er geen nieuwe ernstige bezwaren waren zoals vereist volgens artikel 75 lid 2 Sv Pro. Ook werd een schending van het vertrouwensbeginsel en het verbod van willekeur aangevoerd.
De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd was om over de vordering te beslissen en dat de vordering niet tardief was. De voorlopige hechtenis kon opnieuw worden bevolen ook na eerdere opheffing. De rechtbank verwierp het verweer dat geen nieuwe feiten waren en wees op nieuwe inhoud van OVC-gesprekken die nog niet bekend waren bij eerdere opheffing. Er werd vastgesteld dat er ernstige bezwaren bestonden, waaronder vluchtgevaar en risico op herhaling van ernstige strafbare feiten die de maatschappelijke veiligheid bedreigen.
De rechtbank bepaalde dat de voorlopige hechtenis in een Huis van Bewaring in het arrondissement of elders in Nederland zal worden uitgevoerd. De gevangenneming is een maatregel om de strafvervolging veilig te stellen en de openbare orde te beschermen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de gevangenneming van verdachte voor zestig dagen wegens ernstige bezwaren en vluchtgevaar.