ECLI:NL:RBUTR:2009:BK5246
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schorsing gebiedsverbod voor zedendelinquent wegens onvoldoende onderbouwing openbare ordeverstoring
De zaak betreft een verzoek tot voorlopige voorziening tegen een gebiedsverbod opgelegd door de burgemeester van de gemeente Utrechtse Heuvelrug aan een veroordeelde zedendelinquent. De burgemeester vreesde ernstige verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van de man in zijn gemeente. De voorzieningenrechter oordeelt dat deze vrees onvoldoende concreet en actueel is aangetoond.
De veroordeelde was eerder door het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot een gevangenisstraf en een proeftijd met bijzondere voorwaarden, waaronder toezicht door de reclassering. Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld, waardoor de bijzondere voorwaarden nog niet kunnen worden afgedwongen. Na vrijlating verbleef verzoeker enige tijd in een recreatiewoning binnen de gemeente, waarna het gebiedsverbod werd opgelegd.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het recidivegevaar niet voldoende is om een dergelijk verstrekkend gebiedsverbod te rechtvaardigen. Ook de door de burgemeester aangevoerde maatschappelijke onrust is onvoldoende onderbouwd. Het gebiedsverbod geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente en voor een onbepaalde tijd, wat disproportioneel is gezien de aard van de maatregel en het ontbreken van concrete aanwijzingen voor een actuele verstoring.
De rechtbank wijst het verzoek toe, schorst het besluit tot zes weken na bekendmaking van het besluit op bezwaar en veroordeelt de burgemeester in de proceskosten. Tevens benadrukt de rechter dat het opleggen van een dergelijk gebiedsverbod niet zonder zorgvuldige afweging en overleg met betrokken instanties mag plaatsvinden, om een stabiele woon- en werkomgeving te bevorderen en recidive te voorkomen.
Uitkomst: Het gebiedsverbod wordt geschorst wegens onvoldoende aannemelijkheid van een actuele en concrete verstoring van de openbare orde.