ECLI:NL:RBUTR:2009:BK5259
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Ch.E. Bethlem
- A.M. Verhoef
- G.A. Bos
- Rechtspraak.nl
Uitleg en waardering aandelenovereenkomst bij pensioengerechtigde leeftijd
In deze civiele zaak tussen Falara B.V.B.A. en A.B.C. Beheer N.V. staat de uitleg van een aandelenovereenkomst centraal, specifiek over de waardering van aandelen na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van een van de aandeelhouders, [A]. Falara stelde dat de aandelen vanaf 4 januari 2008 tegen de waarde in het economisch verkeer moesten worden gewaardeerd, terwijl A.B.C. Beheer een vaste prijs van NLG 300.000,- wilde hanteren.
De rechtbank toetste de uitleg van de overeenkomst aan de Haviltex-maatstaf en betrok daarbij verklaringen van getuigen en adviseurs die betrokken waren bij de totstandkoming van de overeenkomst. Deze verklaringen ondersteunden de stelling van Falara dat de regeling bedoeld was om [C] aan de onderneming te binden tot de pensioengerechtigde leeftijd van [A], waarna de aandelen tegen marktwaarde zouden worden gewaardeerd.
De rechtbank verwierp de ontkenning van A.B.C. Beheer over de inhoud van de verklaringen en concludeerde dat artikel C van de overeenkomst beperkt is tot de periode tot 4 januari 2008. Artikel D bepaalt dat de aandelen daarna tegen de marktwaarde moeten worden aangeboden. De rechtbank vernietigde het bindend advies dat een vaste prijs hanteerde en veroordeelde A.B.C. Beheer in de proceskosten.
Uitkomst: De aandelen van Falara dienen vanaf 4 januari 2008 bij aanbieding gewaardeerd te worden tegen de marktwaarde conform de overeenkomst.