ECLI:NL:RBUTR:2009:BK5715
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.M. Vanwersch
- Rechtspraak.nl
Opzegging huurovereenkomst perceel grond op recreatieterrein zonder rechtsgevolgen wegens gewijzigd beleid permanente bewoning
De zaak betreft een geschil tussen een projectontwikkelaar en een huurder over de opzegging van een huurovereenkomst voor een perceel grond waarop een chalet staat. De huurovereenkomst betreft uitsluitend de grond; het chalet is eigendom van de huurder en valt niet onder de huurbescherming voor woonruimte. De projectontwikkelaar wil het terrein ontwikkelen en heeft de huurovereenkomst opgezegd.
De rechtbank stelt vast dat het huurregime van toepassing is op ongebouwde onroerende zaken en niet op woonruimte, waardoor de huurbescherming niet van toepassing is. De opzegging is gedaan op grond van artikel 7:228 lid 2 BW Pro vanwege bouwplannen die de huidige situatie beëindigen.
Echter, de opzegging wordt zonder rechtsgevolgen verklaard omdat de projectontwikkelaar nog niet beschikt over de benodigde vergunningen en het gemeentelijke beleid gericht is op gefaseerde legalisatie van permanente bewoning op het recreatieterrein. Hierdoor acht de rechtbank het onredelijk om de opzegging te handhaven en de ontruiming toe te wijzen.
De vorderingen van de projectontwikkelaar worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten. De vorderingen van de huurder in reconventie, waaronder het verkrijgen van een opstalrecht, worden eveneens afgewezen.
Uitkomst: De opzegging van de huurovereenkomst blijft zonder rechtsgevolgen en de vorderingen van eiser worden afgewezen.