ECLI:NL:RBUTR:2009:BK7519
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing eenhoofdig ouderlijk gezag aan vader wegens onmogelijkheid tot samenwerking ouders
De rechtbank Utrecht behandelde op 14 december 2009 een verzoek van de vader om het eenhoofdig ouderlijk gezag over zijn minderjarige kind toe te kennen. De moeder droeg tijdens de zitting een volledige gezichtsbedekking (ghimâr) en weigerde deze af te leggen voor mannen, wat de communicatie bemoeilijkte. De rechtbank benadrukte dat de moeder deze consequenties accepteerde.
De feiten toonden aan dat het kind sinds juli 2009 onder toezicht stond en uit huis geplaatst was, verblijvend in een instelling. Het contact met de vader verliep goed, terwijl het contact met de moeder moeizaam was. De moeder werkte niet mee aan omgangsregelingen en hulpverlening, terwijl de vader hier wel open voor stond. Observaties van hulpverleners en school gaven aan dat het kind beperkt werd in sociale contacten en schoolactiviteiten tijdens de verzorging door de moeder.
De rechtbank overwoog dat gezamenlijk ouderlijk gezag alleen wenselijk is als ouders kunnen samenwerken en communiceren. Door de keuze van de moeder om geen contact met mannen te willen, was feitelijke communicatie tussen ouders onmogelijk. Gezien het belang van het kind, dat een veilige omgeving en ondersteuning nodig heeft, oordeelde de rechtbank dat het eenhoofdig gezag bij de vader het beste was.
De rechtbank wees het primaire verzoek van de vader toe en het subsidiaire verzoek tot gezamenlijk gezag af. De beslissing werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank kent het eenhoofdig ouderlijk gezag toe aan de vader wegens het belang van het kind en de onmogelijkheid tot samenwerking tussen ouders.