Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBUTR:2009:BK8006

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
21 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
278067 / FT-RK 09.1170
Instantie
Rechtbank Utrecht
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 2 sub d FW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling binnen tien jaar na eerdere toelating

De rechtbank Utrecht behandelde op 15 december 2009 een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Verzoeker was reeds eerder toegelaten tot deze regeling, waarbij op 3 april 2002 een schone lei werd toegekend. Omdat het nieuwe verzoek binnen tien jaar na de eerdere toelating werd ingediend, diende het op grond van artikel 288 lid 2 sub d van Pro de Faillissementswet te worden afgewezen.

De advocaat van verzoeker voerde ter zitting en per fax aan dat jurisprudentie uitzonderingen op deze termijn toestond, met verwijzing naar een arrest van het gerechtshof Arnhem uit 2003. De rechtbank overwoog echter dat sinds de wetswijziging van 1 januari 2008 de facultatieve afwijzingsgrond is vervangen door een imperatieve regeling met slechts drie uitzonderingen, zoals bevestigd in een arrest van de Hoge Raad van 12 juni 2009.

De wetgever heeft bewust gekozen voor strenge toelatingscriteria om het toenemende beroep op de schuldsaneringsregeling en de daarmee gepaard gaande werklast te beheersen. De rechtbank concludeerde dat er geen ruimte is voor andere uitzonderingen dan de wettelijk genoemde en wees het verzoek daarom af.

Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling binnen tien jaar na eerdere toelating wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Sector handels- en familierecht
zaaknummer: 278067/FT-RK 09.1170
nummer verklaring: EEM0210900032
uitspraakdatum: 21 december 2009
afwijzing toepassing schuldsanering
enkelvoudige kamer
[verzoeker], wonende te [adres]
[woonplaats],
verzoeker,
heeft op 19 november 2009 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Het verzoekschrift is behandeld ter terechtzitting van 15 december 2009. Verzoeker is ter terechtzitting verschenen en gehoord.
Verzoeker is reeds eerder toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Bij beslissing van 3 april 2002 is bepaald dat de regeling onder toekenning van een zogenaamde schone lei zal worden beëindigd.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Vast staat dat minder dan tien jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend de schuldsaneringsregeling op verzoeker van toepassing is geweest. Op grond van artikel 288 lid 2 sub d van Pro de Faillissementswet dient het verzoekschrift naar oordeel van de rechtbank dan ook reeds op die grond te worden afgewezen.
Er is geen sprake van een uitzonderingsgrond zoals genoemd in artikel 288 lid 2 sub d Faillissementswet Pro.
De advocaat van verzoeker heeft zich ter terechtzitting beroepen op jurisprudentie waarbij een uitzonderingsgrond was toegelaten. Per fax na afloop van de terechtzitting beroept de advocaat zich op een uitspraak van gerechtshof Arnhem, LJN: AN 9791, 2003/637. Per 1 januari 2008 is echter de facultatieve afwijzingsgrond van artikel 288 lid 2 onder Pro a Fw vervangen voor de imperatieve afwijzingsgrond van artikel 288 lid 2 aanhef Pro en onder d Fw.
Uit de overweging 3.3.1 van het arrest van de Hoge Raad 12-06-2009, 08/02484 volgt dat alleen sprake kan zijn van de in artikel 288 lid 2 sub d van Pro de Faillissementswet genoemde uitzonderingen. Daartoe wordt overwogen dat bij de wetswijziging van 24 mei 2007, in werking getreden 1 januari 2008, betreffende de herziening van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, de wetgever bewust – ter vervanging van de vóór 1 januari 2008 geldende facultatieve afwijzingsgrond van artikel 288 lid Pro 2, onder a, Fw – heeft gekozen voor de imperatieve afwijzingsgrond van artikel 288 lid Pro 2, aanhef en onder d, Fw, zulks met drie in deze bepaling genoemde uitzonderingen. Er is geen ruimte voor aanvaarding van meer uitzonderingen, die het imperatieve karakter aan de afwijzingsgrond zouden ontnemen en daarmee afbreuk zouden doen aan een van de hoofddoelstellingen van de nieuwe regeling, te weten beheersing – door het stellen van strenge toelatingscondities – van het toenemende beroep op de schuldsaneringsregeling en de daarmee gepaard gaande toenemende werklast voor de rechter en de bewindvoerder (vgl. de MvT, Kamerstukken II2004-2005, 29942, nr. 3, blz. 4 en 5).
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling dient derhalve te worden afgewezen.
Beslissing
De rechtbank
wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.J. van Maanen en in het openbaar uitgesproken op 21 december 2009.
LS32