ECLI:NL:RBUTR:2009:BK8059
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor voordeel trekken uit bijstandsfraude door samenwoning
De rechtbank Utrecht heeft verdachte veroordeeld wegens het opzettelijk voordeel trekken uit de bijstandsfraude van zijn toenmalige partner in de periode van juni 2001 tot oktober 2006. Verdachte woonde samen met de partner die een bijstandsuitkering ontving terwijl zij niet aan de voorwaarden voldeed. Ondanks een onderbreking in de uitkering profiteerde verdachte gedurende de gehele periode van de uitkering die zijn partner frauduleus had verkregen.
De rechtbank baseerde haar oordeel op verklaringen van getuigen, waaronder familieleden van verdachte, en op de eigen verklaringen van verdachte. De verdediging voerde aan dat verdachte geen opzet had en dat hij juist kosten voor de partner betaalde, maar dit werd verworpen. Ook het verweer dat verklaringen van familie getuigen niet als bewijs mochten dienen werd afgewezen.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte wist dat het om door misdrijf verkregen geld ging en dat hij hiervan voordeel trok. Gelet op de ernst van het feit, de lange duur en het misbruik van het sociale stelsel, maar ook de persoonlijke omstandigheden en het blanco strafblad van verdachte, legde de rechtbank een werkstraf van 180 uur op met een vervangende hechtenis van 90 dagen bij niet-nakoming.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 180 uur wegens het meermalen opzettelijk voordeel trekken uit bijstandsfraude.