ECLI:NL:RBUTR:2009:BK8060
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor langdurige bijstandsfraude door het verzwijgen van samenwoning
Verdachte heeft in de periode van 1 juni 2001 tot en met 15 juli 2008 opzettelijk nagelaten om tijdig de benodigde gegevens over haar woonsituatie te verstrekken aan de uitkeringsinstantie. Zij heeft verzwegen dat zij duurzaam samenwoonde met de heer [betrokkene 1] en later met de heer [betrokkene 2], terwijl zij op de rechtmatigheidsformulieren telkens aangaf dat haar woonsituatie ongewijzigd was. Hierdoor heeft zij onterecht een bijstandsuitkering ontvangen.
De rechtbank baseert haar oordeel op verklaringen van getuigen, waaronder familieleden van [betrokkene 1], en op de verklaringen van verdachte zelf. Hoewel verdachte betwist dat zij gedurende de gehele periode samenwoonde, acht de rechtbank bewezen dat zij vanaf mei 2003 tot januari/februari 2004 wel degelijk samenwoonde zonder dit te melden. Verdachte heeft hiermee het sociale stelsel misbruikt en de controle op haar uitkering onmogelijk gemaakt.
De rechtbank houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder haar ziektewetuitkering en de zorg voor haar dochter. Daarom wordt geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Wel wordt verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf van 240 uur, met de mogelijkheid van vervangende hechtenis van 120 dagen bij niet-nakoming.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en een werkstraf van 240 uur wegens langdurige bijstandsfraude.