ECLI:NL:RBUTR:2009:BL7416
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- V. van Dam
- E.F. Bueno
- R.P.G.L.M. Verbunt
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak handel in cocaïne en veroordeling voor bezit handelshoeveelheid cocaïne
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte wegens handel en bezit van cocaïne en/of amfetamine. De officier van justitie stelde dat verdachte in de periode april 2008 tot april 2009 handelde in cocaïne, maar de rechtbank achtte dit niet bewezen. Wel werd vastgesteld dat verdachte op 14 april 2009 een aanzienlijke hoeveelheid cocaïne bij zich had, wat een handelshoeveelheid betreft.
De verdediging voerde onder meer onrechtmatigheid aan bij de staandehouding en betwistte het bewijs voor handelen. De rechtbank verwierp dit verweer, oordeelde dat er geen sprake was van een staandehouding in de zin van de wet en dat het bewijs onvoldoende was voor handelen over de langere periode. De verklaring van verdachte over het bezit van cocaïne voor vrienden werd niet geloofd.
Uiteindelijk sprak de rechtbank verdachte vrij van het handelen in cocaïne, maar veroordeelde hem voor het opzettelijk aanwezig hebben van 10,81 gram cocaïne. De strafmaat werd vastgesteld op 5 maanden gevangenisstraf, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, inclusief bijzondere voorwaarden voor reclasseringscontact en ambulante behandeling bij Centrum Maliebaan.
De rechtbank legde ook beslag op bepaalde voorwerpen en bepaalde dat de tijd in voorarrest in mindering wordt gebracht op de straf. Het vonnis werd uitgesproken op 29 juli 2009 door een meervoudige kamer.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van handelen in cocaïne maar veroordeeld tot 5 maanden gevangenisstraf, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, voor het opzettelijk aanwezig hebben van een handelshoeveelheid cocaïne.