ECLI:NL:RBUTR:2009:BL7438
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bezit van kinderporno met verdiscontering redelijke termijn
De rechtbank Utrecht heeft op 24 december 2009 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van het bezit van kinderporno. De tenlastelegging betrof vier filmfragmenten met seksuele gedragingen van personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet hadden bereikt. Verdachte bekende het bezit van deze fragmenten, maar voerde verweer dat één fragment geen kinderporno zou zijn vanwege de vermeende leeftijd van de vrouw.
De rechtbank verwierp dit verweer op basis van de kinderpornohashset en het proces-verbaal van de zedenrechercheur. Het feit werd wettig en overtuigend bewezen geacht. Verdachte werd vrijgesproken van wat meer of anders was ten laste gelegd. De strafbaarheid van het feit en van verdachte werd bevestigd.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het was begaan en de persoon van verdachte. De overschrijding van de redelijke termijn van ruim anderhalf jaar werd meegewogen, evenals het feit dat verdachte uit eigen beweging therapie had gevolgd en afgerond. De rechtbank legde een werkstraf van 100 uur op en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met een proeftijd van 2 jaar, waarbij de voorwaardelijke straf de ernst van het feit benadrukt en als stok achter de deur dient.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 100 uur werkstraf en 1 maand voorwaardelijke gevangenisstraf wegens bezit van kinderporno met verdiscontering van termijnoverschrijding.