ECLI:NL:RBUTR:2009:BN0386
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.M. Vanwersch
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens dringend eigen gebruik en herontwikkeling Zijdebalen
De zaak betreft een geschil over de beëindiging van een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte aan het Zijdebalenterrein te Utrecht. [Eiser] vordert ontbinding van de huurovereenkomst met Excelsior B.V. wegens dringend eigen gebruik in het kader van een grootschalige herontwikkeling van het gebied. Excelsior voert verweer tegen de beëindiging en beroept zich onder meer op een wachttijd van drie jaar zoals bedoeld in artikel 7:296 lid 2 BW Pro.
De rechtbank oordeelt dat Excelsior vanaf het begin op de hoogte was van de herontwikkelingsplannen en dat het beroep op de wachttijd naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De herontwikkeling is van vitaal belang voor [eiser], die al jaren voorbereidingen treft en investeringen heeft gedaan. De rechtbank acht het dringend eigen gebruik aannemelijk en wijst de vordering tot ontbinding toe met een einddatum van 1 juli 2010.
De vorderingen van Excelsior tot het doen van een nieuw redelijk huuraanbod worden afgewezen wegens gebrek aan juridische grondslag. Wel wordt een procedure aangewezen voor nadere onderbouwing van verhuis- en inrichtingskosten. Schadeloosstelling op grond van artikel 7:309 BW Pro wordt afgewezen. De huurovereenkomst eindigt derhalve op 1 juli 2010, waarna Excelsior het gehuurde moet ontruimen.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt beëindigd per 1 juli 2010 wegens dringend eigen gebruik en Excelsior wordt veroordeeld tot ontruiming.