ECLI:NL:RBUTR:2009:BN6360
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoeken tegen meervoudige strafkamer in moord- en diefstalzaak
Drie verdachten, samen met een vierde persoon, werden verdacht van medeplegen van moord en/of diefstal en stonden terecht bij de meervoudige strafkamer van de rechtbank Utrecht. Tijdens de zitting verzochten hun raadslieden om een voormalig raadsman van een andere verdachte als getuige te horen over diens verklaring aan de politie. Dit verzoek werd door de strafkamer afgewezen.
Naar aanleiding van deze afwijzing dienden de verdachten wrakingsverzoeken in tegen de drie rechters van de meervoudige strafkamer. Zij stelden dat de kamer onpartijdigheid miste omdat zij vooruitliep op de bewijswaardering door de advocaat niet te horen. De rechtbank onderzocht of er objectieve feiten of omstandigheden waren die een gegronde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigden.
De rechtbank stelde vast dat de persoonlijke instelling van de rechters niet ter discussie stond en dat de motivering van de strafkamer om de advocaat niet te horen niet duidde op vooringenomenheid. De kamer had geoordeeld dat de verklaring van de advocaat niets zou toevoegen aan reeds afgelegde verklaringen. Dit was geen reden om aan te nemen dat de rechters niet onpartijdig waren.
De wrakingsverzoeken werden daarom afgewezen en de strafzaken werden voortgezet in de stand van zaken zoals die was vóór de schorsing wegens de wrakingsverzoeken. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 1 december 2009.
Uitkomst: De wrakingsverzoeken tegen de meervoudige strafkamer werden afgewezen en de strafzaken werden voortgezet.