ECLI:NL:RBUTR:2010:BK8714
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ondertoezichtstelling van kinderen wegens stelselmatig slaan binnen opvoeding
Op 10 maart 2009 meldde de politie aan het AMK zorgen te hebben over de opvoedingssituatie van drie minderjarige kinderen die door hun ouders werden geslagen met een roede of pollepelachtige stok als onderdeel van hun opvoedingsmethode. De ouders gaven aan dit uit geloofsovertuiging en liefde te doen, zonder boosheid. De Raad voor de Kinderbescherming diende op 13 november 2009 een verzoek in tot ondertoezichtstelling wegens ernstige bedreiging van de zedelijke en geestelijke belangen van de kinderen.
Tijdens de zitting op 16 december 2009 verklaarden de ouders dat de fysieke straffen bij de oudste kinderen waren afgenomen en dat het jongste kind soms nog een tik kreeg. De rechtbank oordeelde dat het slaan niet als corrigerende tik werd beoordeeld, maar dat het gedrag van de kinderen, waaronder agressief en vijandig gedrag, wijst op een ernstige ontwikkelingsbedreiging. Positieve factoren zoals ouderbetrokkenheid en structuur in het gezin werden erkend, maar onvoldoende geacht om de bedreiging weg te nemen.
De ouders weigerden vrijwillige hulpverlening en lieten de Raad niet met de kinderen spreken, waardoor niet kon worden vastgesteld of de positieve factoren voldoende bescherming boden. De rechtbank concludeerde dat aan de wettelijke voorwaarden voor ondertoezichtstelling was voldaan en stelde de kinderen voor de duur van een jaar onder toezicht van Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht.
Uitkomst: De minderjarige kinderen worden voor de duur van een jaar onder toezicht gesteld wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging door stelselmatig slaan.