ECLI:NL:RBUTR:2010:BK9720
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Ebbens
- D.A. Verburg
- G.C. van Gelein Vitringa-Boudewijnse
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens onvoldoende bewijs overtreding Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer
De rechtbank Utrecht behandelde het beroep van Gebr. X Transport Opperdoes B.V. tegen opgelegde bestuurlijke boetes door de minister van Verkeer en Waterstaat voor overtredingen van de Arbeidstijdenwet (Atw) en het Arbeidstijdenbesluit vervoer (Atb-v). De boetes betroffen een periode van 29 augustus tot en met 25 september 2005, waarbij in eerste instantie 61 overtredingen werden vastgesteld. Na bezwaar werden negen overtredingen niet bewezen geacht en de boete verlaagd tot €30.470.
De kern van het geschil betrof de vraag of de minister terecht boetes had opgelegd en of sprake was van strafbare feiten die bestuursrechtelijke boetes uitsluiten. De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van bijzondere omstandigheden die de verkeersveiligheid ernstig in gevaar brachten, zodat de minister bevoegd was tot het opleggen van bestuurlijke boetes. Ook werd geoordeeld dat de toezichthouder de cautie correct had gegeven en dat de opsporingsbevoegdheden niet waren overschreden.
Echter, voor één specifieke overtreding op 23 september 2005 kon niet met voldoende nauwkeurigheid worden vastgesteld dat de chauffeur de rusttijd van 45 minuten had overschreden. Hierdoor ontbrak een feitelijke grondslag voor die boete. De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het deze overtreding betrof en verlaagde het boetebedrag met €330 tot €30.140.
De rechtbank veroordeelde de minister tevens tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak is bindend en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De boete wordt verlaagd tot €30.140 wegens onvoldoende bewijs voor één overtreding.