ECLI:NL:RBUTR:2010:BL0023
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering nakoming ontvlechtingsovereenkomst wegens ontbreken tekortkoming en kostenvergoedingsplicht
Eiseres en gedaagde waren tot eind 2005 gezamenlijk actief in een onderneming die zich bezighield met vleesproducten. Na een ontvlechtingsovereenkomst per 1 januari 2006 ontstonden twee aparte ondernemingen. Gedaagde had in 2002 namens een besloten vennootschap een garantie verstrekt aan een buitenlandse vennootschap, Poland Services SP.z.o.o. In 2008 werd de besloten vennootschap gedagvaard door Tyson Fresh Meats Inc. op grond van deze garantie.
Eiseres vorderde van gedaagde een voorschot en vergoeding van juridische kosten in verband met deze procedure. Gedaagde verweerde zich met het standpunt dat er geen geldige garantie meer bestond en dat er dus geen tekortkoming was. De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende had gesteld en bewezen dat er sprake was van een geldige garantie en dat gedaagde tekortgeschoten was.
Verder werd het geschil over de uitleg van artikel 9.6 van de ontvlechtingsovereenkomst behandeld. De rechtbank concludeerde dat deze bepaling alleen ziet op kostenvergoeding indien de wederpartij rechtens gehouden of in redelijkheid genoodzaakt is tot betaling aan een derde. Nu dit niet het geval was, bestond geen verplichting tot vergoeding van juridische kosten. De vorderingen werden afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens het ontbreken van een tekortkoming en verplichting tot kostenvergoeding.