ECLI:NL:RBUTR:2010:BL0673
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot terugbezorging van inbeslaggenomen roerende zaken door OM
De zaak betreft een kort geding waarin eiser, die leiding geeft over meerdere ondernemingen, vordert dat het Openbaar Ministerie (OM) de conservatoir in beslag genomen roerende zaken die zijn meegenomen uit het pand waar hij zijn bedrijfsvoering heeft, aan hem terugbezorgt. Het OM had op 12 januari 2010 beslag gelegd op diverse roerende zaken, waaronder schilderijen, kunstvoorwerpen en een wijnvoorraad, op grond van een strafrechtelijk financieel onderzoek en de ontnemingswet.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet ontvankelijk is omdat hij geen gebruik heeft gemaakt van de strafrechtelijke beklagprocedure die openstaat tegen het beslag, een procedure die voldoende rechtswaarborgen biedt. Daarnaast is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een spoedeisend belang dat het afwachten van de strafrechtelijke procedure onmogelijk maakt. De rechtbank overweegt dat het beslag en het meenemen van de zaken rechtmatig en bevoegd zijn uitgevoerd, waarbij het OM een geldige machtiging en bevel tot inbeslagneming had.
Ook de stelling dat het meenemen van de zaken disproportioneel zou zijn, wordt verworpen omdat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat zijn bedrijfsvoering hierdoor in gevaar komt. De vordering wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot terugbezorging van de in beslag genomen roerende zaken wordt afgewezen.