ECLI:NL:RBUTR:2010:BL1054
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging tijdelijk huisverbod wegens gewijzigde situatie en onvoldoende gronden
De zaak betreft het door de burgemeester van een gemeente opgelegde tijdelijk huisverbod aan verzoeker, geldig van 16 tot 26 januari 2010. Verzoeker stelde dat het besluit onbevoegd en onrechtmatig was genomen, onder meer omdat hij niet gehoord was en het huisverbod uitsluitend was gebaseerd op verklaringen van zijn echtgenote en dochter. Tevens betwistte hij het bestaan van een ernstig en onmiddellijk gevaar.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit conform het mandaatsbesluit was genomen door een hulpofficier van justitie en dat de burgemeester vooraf was geïnformeerd. Naast verklaringen van de echtgenote en dochter lagen ook politieverslagen en een risicotaxatie-instrument ten grondslag. Verzoeker had de mogelijkheid om zijn zienswijze te geven, maar zag hiervan af. De rechter vond dat het huisverbod aanvankelijk redelijk was opgelegd.
Echter, tijdens de zitting gaf verzoeker aan niet meer naar de woning terug te willen keren en geen contact te willen met de oudste dochter. De echtgenote verklaarde dat zij geen bezwaar had tegen contact tussen verzoeker en de jongste dochter en dat rust gewenst was voor de oudste dochter. Gezien deze gewijzigde situatie was volgens de voorzieningenrechter het gevaar niet langer aanwezig. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het huisverbod met ingang van 22 januari 2010 vernietigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het tijdelijk huisverbod wordt gegrond verklaard en het besluit met ingang van 22 januari 2010 vernietigd.