ECLI:NL:RBUTR:2010:BL1066
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen tijdelijk huisverbod wegens huiselijk geweld
De burgemeester van een gemeente legde aan verzoeker een tijdelijk huisverbod op vanwege een ernstig vermoeden van huiselijk geweld jegens zijn ex-partner en hun twee minderjarige kinderen. Het huisverbod gold voor tien dagen en was gebaseerd op meldingen van mishandeling, poging tot doodslag, bedreiging en eerdere incidenten van huiselijk geweld.
Verzoeker stelde beroep in tegen het huisverbod, maar verscheen niet zelf bij de zitting. De rechtbank oordeelde dat de burgemeester redelijk gebruik had gemaakt van zijn bevoegdheid om het huisverbod op te leggen, mede gelet op het proces-verbaal van aangifte en eerdere meldingen bij politie en Bureau Jeugdzorg. Er was gevaar voor herhaling van geweld.
De rechtbank wees het beroep ongegrond en zag geen aanleiding om het huisverbod in te trekken of om een voorlopige voorziening te treffen. Ook werden geen proceskosten aan verweerder opgelegd. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het tijdelijk huisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.