ECLI:NL:RBUTR:2010:BL1475
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wegens vermeende gewichtige redenen
De werknemer, sinds 1 maart 2005 in dienst bij Inproba B.V., verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen. Hij stelde dat onterechte verwijten en een veranderde houding van de werkgever, die nu de arbeidsovereenkomst wilde beëindigen, daartoe aanleiding gaven.
De werkgever had een ontslagvergunning aangevraagd bij UWV Werkbedrijf en voerde verweer. Tijdens de procedure bleek dat de werknemer niet arbeidsongeschikt was en weer aan het werk was. De kantonrechter oordeelde dat de vermeende onterechte verwijten nog beoordeeld moesten worden door UWV en dat het enkel willen beëindigen van de arbeidsrelatie door de werkgever geen voldoende reden vormde voor een spoedig einde van de arbeidsovereenkomst.
Daarom werd het verzoek afgewezen. De proceskosten werden zo verdeeld dat elke partij haar eigen kosten draagt. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige ontslagprocedure en de mogelijkheid voor de werknemer zich te verweren binnen het UWV-proces.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen.