ECLI:NL:RBUTR:2010:BL3071

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
1 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
16/992026-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 32 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift tegen onthouding van processtukken in voorbereidende fase strafonderzoek

In deze zaak heeft de verdachte een bezwaarschrift ingediend tegen de beslissing van de officier van justitie om processtukken aan hem te onthouden. De rechtbank overweegt dat hoewel een schriftelijke mededeling van de officier van justitie vereist is voor ontvankelijkheid van het bezwaarschrift, de verdachte toch ontvankelijk wordt verklaard omdat impliciet een beslissing tot onthouding is genomen.

Het onderzoek tegen de verdachte bevindt zich nog in de voorbereidende fase; er is geen vervolgingsbeslissing genomen en er zijn geen dwangmiddelen toegepast. De rechtbank stelt dat het strafvorderlijk belang bij het voortzetten van het onderzoek zonder vrijgave van de stukken aan de verdachte zwaarder weegt dan het individuele belang van de verdachte bij kennisneming van die stukken.

De persoonlijke omstandigheden van de verdachte, aangevoerd door zijn raadsman, leiden niet tot een ander oordeel. De officier van justitie heeft aangegeven dat het onderzoek naar verwachting nog een half jaar zal duren. De rechtbank verklaart het bezwaarschrift ongegrond en bevestigt daarmee de onthouding van processtukken in deze fase van het strafproces.

Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de onthouding van processtukken wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK TE UTRECHT
beslissing bezwaarschrift
Parketnummer: 16/992026-09
De rechtbank te Utrecht, in raadkamer vergaderd,
gelet op het bezwaarschrift van verdachte ingekomen op 13 januari 2010 ter griffie van deze
rechtbank, gericht tegen de beslissing van de officier van justitie tot onthouding van
processtukken op grond van artikel 32 van Pro het Wetboek van Strafvordering;
in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [adres],
gehoord de officier van justitie en de raadsman tijdens de behandeling van het bezwaarschrift d.d. 25 januari 2010.
Overweegt als volgt:
De rechtbank overweegt dat de schriftelijke mededeling van de officier van justitie aan de verdachte dat bepaalde stukken aan de verdachte worden onthouden een vereiste is voor de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift. Die schriftelijke mededeling ontbreekt in de onderhavige zaak. De rechtbank acht verzoeker desondanks ontvankelijk in zijn bezwaarschrift nu de officier van justitie tijdens de behandeling van het bezwaarschrift heeft aangegeven dat er impliciet een beslissing tot onthouding van processtukken door het openbaar ministerie is genomen.
Het bezwaarschrift tegen de onthouding van processtukken is ter zitting toegelicht door de raadsman. De officier van justitie heeft zich, met een toelichting daarop, tegen het bezwaarschrift verzet.
Het is de rechtbank tijdens de behandeling in raadkamer gebleken dat het openbaar ministerie een onderzoek tegen betrokkene heeft opgestart en dat betrokkene in dat onderzoek de status van verdachte heeft gekregen. Dit onderzoek bevindt zich echter nog in de voorbereidende fase. Er is nog geen vervolgingsbeslissing genomen en er zijn nog geen dwangmiddelen toegepast.
De rechtbank overweegt dat de officier van justitie er belang bij heeft om stukken aan betrokkene te onthouden, nu het onderzoek zich nog in genoemde voorbereidende fase bevindt. De officier van justitie moet in het kader van de waarheidsvinding in dit stadium van het onderzoek de mogelijkheid hebben om het onderzoek voort te zetten zonder dat de stukken aan betrokkene moeten worden vrijgegeven. De rechtbank is van oordeel dat het strafvorderlijk belang in deze zaak prevaleert boven het individuele belang van de verdachte bij kennisneming van de stukken. Hetgeen de raadsman ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden van betrokkene naar voren heeft gebracht doet daar naar het oordeel van de rechtbank niet aan af.
De rechtbank merkt nog op dat de officier van justitie heeft aangegeven dat het onderzoek naar verwachting nog een half jaar in beslag zal nemen.
De rechtbank zal het bezwaarschrift ongegrond verklaren.
BESCHIKKENDE:
Verklaart het bezwaarschrift ongegrond.
Aldus gedaan in raadkamer van deze rechtbank op 1 februari 2010 door P. Wagenmakers, voorzitter, N.E.M. Kranenbroek en R.P. den Otter, rechters, in tegenwoordigheid van
mr. K.F. van Dam als griffier.